ROOFVISSEN

Als er één water is in Nederland dat geprezen mag worden vanwege haar diversiteit aan roofvis, dan is dat wel de Nieuwe Waterweg. Deze ‘gegraven rivier’ ontstond in 1872 en bracht Rotterdam in verbinding met de zee. In die tijd was het kanaal nog niet bevaar-baar, maar daar kwam snel verandering in toen het in 1877 verbreed en verdiept werd. Uiteindelijk is dit kanaal van gigantisch economisch belang voor Nederland geworden en dat niet alleen. Door de jaren heen is het bovendien een zeer aantrekkelijk heenkomen geworden voor diverse rovers, en dus voor roofvissers.

Ondanks de grootse veelzijdigheid aan vissoorten en vismogelijkheden ligt de focus op de Waterweg toch wel op zeebaars; een fantastische rover met een magisch tintje, de vis van duizend worpen, oersterk en voor velen de ultieme vis om te vangen. Door alle verhalen die ik met regelmaat hoorde werd de zeebaars voor mij zo een vis die ik moest vangen. En zo kwam het dat na verloop van tijd een seizoen snoekvissen verruild werd voor een seizoen zeebaarsvissen, in de hoop dat ik eens mocht ervaren wat een woest geweld zo’n zeebaars aan die andere kant van de lijn teweeg bracht. Mijn eerste zeebaars die ik ving op de pier van Hoek van Holland was er dan ook een om te onthouden. Tweeledig wel te verstaan, want deze net maatse vis liet mij zeker niet alle hoeken van de waterweg zien, maar wel kwam ik erachter dat er zelfs in dat kleine visje behoorlijk wat kracht verstopt zat. De echte omslag kwam toen ik in datzelfde seizoen een zeebaars ving van rond de 80 cm. Een brok geweld, niet te stoppen en gewoonweg niet te ver-gelijken met welke Nederlandse roofvis dan ook. Dit formaat vissen kun

je geen wil opleggen, sterker nog, zij leggen het jou op! Sindsdien zijn mijn laatste zeven snoekseizoenen verloren gegaan aan zeebaarsvissen, oftewel ik ben verslaafd, ik ben ziek, ik heb het zeebaarsvirus en ik raak het nooit meer kwijt!

 

 

Nu kijk ik ieder jaar reikhalzend uit naar die ene dag in mei dat de tempera-tuur van het rivierwater boven de 13 graden Celsius uitkruipt, want voor mij staat dat min of meer gelijk aan de opening van een nieuw zeebaarsseizoen. Met die temperatuur kruipt de zeebaars uit zijn schulp en langzamerhand begint hij met azen, al zijn dat maar heel korte momenten, waarbij het dus zaak is om die ‘piekmomenten’ uit te kiezen. We hebben te maken met een

getijdenwater en dus is de temperatuur in het voorjaar het hoogst met laagwater en het laagst met hoogwater. Logisch eigenlijk, want de temperatuur van het rivierwater gaat door het soms krachtige zonnetje al aardig omhoog, terwijl de temperatuur van het zeewater, door zijn grote

oppervlak, diepte en massa, relatief lang koud blijft. Zo kan het dus gebeuren dat het met laag water (afgaand tij) zomaar 3 tot 4 graden Celsius warmer is dan het koude, opkomende getijde. Mijn redenering is dat azen bij koud water meer energie kost dan azen bij warm water en zodoende kies ik in het voorjaar voor het moment dat het water de hoogste temperatuur heeft. Naarmate het seizoen vordert zie je dat de watertemperatuur in juli-augustus gelijk getrokken wordt, waardoor de zeebaars eigenlijk met ieder getijde wel goed te vangen is. In de laatste fase van het seizoen, zo rond oktober, komt de temperatuur van het zeewater hoger te liggen dan de temperatuur van het rivierwater en zo verkies ik in het najaar vanzelf-sprekend hoog water boven laag water.

 

Het contrast tussen eb en vloed in de waterweg, mag gerust exceptioneel genoemd worden als het gaat om de beste vismomenten. Van belang is daarom de timing van je vissessie. Eigenlijk is er maar één periode dat er zeer moeizaam gevist kan worden en dat is van twee uur na hoogwater tot twee uur voor laagwater. Gedurende deze tijdspanne is de Waterweg één heftig kolkende watermassa waar geen loodkop tegen bestand is. Op het moment dat het water zijn laagste punt heeft bereikt ontstaat er een gelei-delijke stroom, waardoor je met gemak met lichtgewicht loodkopjes (7, 10 en 14 gram) de bodem kan bereiken. Meestal houdt dit aan tot anderhalf uur vóór hoogwater, waarna het water weer langzaam en geleidelijk binnenkomt en je meestal nog steeds met relatief licht gewicht loodkoppen (14 en 17 gram) de bodem haalt. Behalve de getijdenstroming hebben we ook nog met

windomstandigheden te maken. De Nieuwe Waterweg is globaal gevormd in een lijn die van oost naar west loopt. Wil je gaan zeebaarsvissen dan is het belangrijk (zeker als je nog weinig ervaring hebt) dat je de wind in de rug óf in het gezicht hebt. Op deze manier ontstaat er namelijk geen vervelende, zijwaartse bocht in de lijn waardoor een correcte manier van aanbieden nagenoegonmogelijk wordt. Aangezien je aan beide zijden van de Waterweg terecht kunt om te vissen, namelijk de noordzijde en de zuidzijde, zijn de meest ideale windrichtingen noord, noordoost, oostnoordoost, west-zuidwest, zuidwest, en zuidzuidwest! Of een van deze verschillende windrichtingen daadwerkelijk wenselijk is, is natuurlijk wel afhankelijk van waar je precies op de Waterweg wilt gaan vissen, want deze watermassa wringt zich hoe dan ook door wat lichte bochten.

 

Vanaf Vlaardingen tot aan de Pier van Hoek van Holland liggen legio stekken, waar met een klein beetje doorzettingsvermogen en de nodige kennis goed vis te vangen is. Denk alleen al aan de grote hoeveelheid strekdammen op dit kleine stukje rivier, waarbij nagenoeg iedere strekdam een potentiële stek is waar zeebaars gevangen kan worden. Sommige daarvan zijn weliswaar niet of nauwelijks zichtbaar of liggen op een flinke afstand van waar je je auto kan parkeren en zijn daardoor lastig te bereiken. Aan de zuidzijde van de waterweg, op de landtong (richting én voorbij de stormvloedkering) kun je wat makkelijker aan de waterkant komen en hier liggen behoorlijk wat dammen die bevisbaar zijn. De dammen vóór de

stormvloedkering zijn overigens van een lastiger kaliber; je kunt er niet overheen vissen, wel ervoor en -achter. Rijd je de Noordzeeweg helemaal af, dan vind je het befaamde ‘Muizengaatje’, een kleine verbinding tussen het

Calandkanaal en de Nieuwe Waterweg. Op sommige momenten een super-stek, maar meestal zeer moeizaam, vanwege al het water dat door dat kleine gaatje geperst wordt. Daarnaast moet hier de wind ook nog eens uit een gunstige hoek komen om fatsoenlijk aan de slag te kunnen. Aan de noordelijke zijde komt bij laag water slechts een klein deel van de strek-dammen aan de waterweg boven water en daardoor zijn ze dus niet makkelijk zichtbaar, laat staan dat ze goed bereikbaar zijn. Al zijn deze dammen makkelijker bevisbaar, toch moet je er soms wel een flinke wandeling voor over hebben om lekker te kunnen vissen. Wil je toch wat makkelijker bereikbare stekken, dan zijn de havenhoofden van Vlaardingen en Maassluis potentiële stekken (zit er geen zeebaars, dan zit er wel

snoekbaars) maar stek nummer één voor talloze beginnende en gevorderde zeebaarsvissers is de pier van Hoek van Holland, dé stek waar het zeebaars seizoen begint en ook de stek waar datzelfde seizoen weer beëindigd wordt. Houd wel in de gaten dat het hier, zeker in het seizoen, echt gigantisch druk kan zijn met andere (zeebaars)vissers.

 

Aangezien vissen op de Waterweg best lastig is als het gaat om bijvoorbeeld

diepteverloop, stroomsnelheid en tactiek, is het haast onmogelijk om alle facetten van het vissen op zeebaars met één hengel te beoefenen. Wat het belangrijkste is in een goede Waterwegset, is dat de hengel tussen de 3 en

3,60 meter, licht en gevoelig is. Dat in combinatie met een molen die tegen een stootje kan, aangezien de zeebaarsvisserijover het algemeen nu eenmaal een wat ruige visserij is. Globaal heb ik een drietal sets waarmee ik het grootste gedeelte van de visserij op de Waterweg kan beoefenen. Mijn meest gebruikte set bestaat uit een Shimano Lesath Shore Game 330H (werpgewicht 20-80 gram) in combinatie met een Shimano Twinpower 5000

SWA die voorzien is van 13/00 Powerpro; overigens is deze hoofdlijn standaard bij mijn zeebaarsvisserij. Voor mij is dat echt een superset die toepasbaar is op 80% van mijn visserij.

ROOFVISSEN-ONLINE
Waterweg Review II