ROOFVISSEN

Positief aan dit verhaal is dat de vissen onbedoeld gevoerd worden. ;-) We vissen nog een tijdje rond de 55 meterlijn (diepte), totdat we weer op de terugweg moeten. Dan zien we in de verte meeuwen duiken en daarnaast zien we enorme klappen in de zee. In eerste instantie denken we dat het om tonijn gaat, maar als we iets dichterbij komen zien we een enorme school dolfijnen jagen op de aanwezige goudbrasems of dorades, die zich in ballen van één meter breed en twee meter diep hebben laten opjagen door deze rovers. Voordat we het weten liggen wij er middenin, wat nog een enerverende twintig á dertig minuten oplevert. Ongelooflijk vet!!! Daarna keren wij, een toffe ervaring rijker maar helaas tonijnloos huiswaarts.

Donderdag, dag vijf. Vandaag is een superdag. De zon schijnt, de omstandigheden zijn werkelijk geweldig. De ruwe zee heeft plaatsgemaakt voor een spiegelglad biljartlaken waarop wij alles binnen een behoorlijke afstand goed kunnen waarnemen. Eerst maar op pad naar de 55 meterlijn en als we eenmaal daar zijn gaan de trolhengels overboord, in de hoop tussentijds wat te vangen aan de meegenomen pluggen, pilkers en lures. Onderwijl blijven de popperhengels opgetuigd en in de buurt voor  als we onverhoopt actie krijgen. Op deze manier hoeven we aleen maar van hengel te wisselen om onze poppers door een school tonijn te rossen. Als we op de 55 meter geen actie krijgen besluit Ron om naar de tachtig meterlijn te varen, in de hoop dat daar wat te gebeuren staat. Af en toe worden we verrast door het moment! Een paar honderd meter verderop springt een broadbill, het is waarschijnlijk een zwaardvis twee, drie keer volledig uit het water. Schitterend om te zien, al is het te ver weg om er echt wat van te maken. Een paar honderd meter verder komen we een maanvis (klompvis) tegen. Ook weer zoiets raars om te zien, een homp vlees met twee vinnen eraan, het komt ook voor geen meter vooruit. Rare wezens die klompvissen. Goed, Kees is ook een raar wezen en promt moet ik denken aan de figuurlijke gelijkenis met een klompvis. (haha). Tegen een uurtje of drie moeten we weer aanstalten gaan maken om vanaf die tachtig meterlijn weer terug te gaan richting de monding. Dat is nog wel een stukje varen. Ron grapt en zegt:” Das meer ist leer!”, oftewel de zee is leeg, en daar lijkt het ook op, want een volledige dag op het water levert nog geen makreeltje op. Jammer dat wel, maar we hebben er weer een heerlijke dag opzitten met een hoop plezier en toch ook weer onvergeetelijk mooie momenten.

Vrijdag, dag 6. Naar alle waarschijnlijkheid onze laatste dag op zee. Het weer, alhoewel het redelijk te noemen is, gooit toch roet in het eten! Na vandaag gaat de wind weer aanwakkeren en hiermee word de kans om op zee te vissen en tonijn te vangen tot een minimum beperkt! Omdat de afgelopen twee dagen op zee geen succes waren, besluiten we vandaag om te gaan chummen. Een voerspoor aanbrengen, in de hoop op deze manier toch nog een tonijntje, welke soort dan ook, te vangen. Je vind hier onder andere bonito, little tuny, false bonito, albackore en bluefin tuna. Uiteraard varen we weer naar de beste visgronden, gezien de resultaten die geboekt zijn in het verleden. En logischerwijs gaan wij er weer vol goed moed tegenaan. Er gaan twee hengels uit met complete sardines, diep aangeboden, met een ballonnetje als dobber. Daarnaast vissen we allemaal met stukjes sardine freelinend tussen de rest van het chum, wat heel langzaam naar beneden dwarrelt! Dat spoor zou normaalgesproken gewoon vis opleveren, maar als 's middags rond een uurtje of drie nog steeds geen enkele vis zich heeft laten zien, gooi ik de handdoek in de ring. Ik ben er klaar mee. Ook Ron besluit om zijn hengel weer in de steun op te bergen, want het vangen van vis lijkt niet voor ons weggelegd. Nog geen halve minuut later ontstaat er lichte paniek in de boot als Ron in de verte wat meeuwen ziet duiken. “Ja jongens, tonijn!” Snel alles binnendraaien, en als een speer de hengels met poppers tevoorschijn halen. Alles gaat in een sneltreinvaart, de motoren worden gestart en binnen luttele seconden gieren de twee 75pk motoren op vol vermogen richting de azende groep tonijn. Dit is het echte werk, nu krijgen we een heuse kans op het vangen van blauwvin tonijn! Als we dicht in de buurt komen, word de boot vakkundig richting de school azende tonijn gemanouvreerd en gaan de motoren van honderd naar nul binnen luttele seconden. De motoren zijn uit en het enige wat overblijft is het geluid van de klappen die de azende tonijn maakt als ze aan het jagen zijn. Geweldadig gewoon! De afstand bedraagt een meter of veertig á vijftig tussen de boot en de school en het spectakel gaat maar door. Het naar boven komen van een groepje tonijnen tussen de tien en vijftien kilo, die rakelings langs elkaar schieten voor het grijpen van aasvis staat op mijn netvlies gebrand. Mike heeft wat moeite met het vinden van zijn balans, en werpt niet vanaf het werpplateau maar net ernaast. Ron en ik nemen wel plaats op het plateau en Kees en Robert staan achterop.

Mijn eerste worp valt perfect tussen de azende tonijn, de popper doet goed zijn werk, maar voordat ik het weet licht ie weer voor de boot. Ook Ron's Rapala levert nog niets op. Ik maak nog een tweede worp. Dit keer nog verder dan de eerste keer, zelfs over de school heen, maar weer levert het niets op....aarghhh! Als ik de derde worp wil maken, zie ik dat de school zich buiten werpafstand heeft verplaatst. Ik probeer het nog wel een keer, maar eigenlijk tegen beter weten in. We weten dat we een risico lopen als we de motoren weer starten omdat tonijn er over het algemeen niet van houd plotsklaps vreemde geluiden te horen.

Toch word besloten de motoren te starten om weer dichterbij te komen, met als gevolg dat de vreetorchie prompt eindigt en de zee weer word zoals hij de afgelopen dagen was, levenloos! Het enige wat nog herinnert aan die twee minuten (want dat was het ongeveer) is  een massale hoeveelheid schubben in een flinke omtrek rondom de boot, die zich tergend langzaam richting de bodem van de middellandse zee verplaatst. En dan is het voorbij! @#$% Nog enigszins gespannen en stijf van de adrenaline laten we het er niet bij zitten. Gezamenlijk turen we de horizon af op zoek naar die bekende klappen in het water. Nog één keer zien we in de verte een paar van die klappen, waarmee diezelfde paniek nogmaals toeslaat, maar dit keer lijkt het erop dat de een stuk voorzichtiger is. We kunnen ze niet meer volgen, hoe graag wij ook willen. Pas als de zon dreigt onder te gaan besluiten we huiswaarts te keren op een golf van emoties. We hebben ze gezien, we waren er zo dichtbij, het was zo ongelooflijk gaaf, onvergeetelijk....maar we hebben ze niet gevangen. Balen! En dat was nog eens de laatste dag tonijnen ook! Moeten wij onze poppers dan nu al aan de wilgen hangen?

Zaterdag, dag zeven. Elke ochtend als we wakker worden maken we eerst een wandelingetje langs de zee om de boel een beetje los te lopen en natuurlijk ook stiekem te kijken hoe de monding erbij ligt. Verbazingwekkend genoeg ziet het er helemaal niet slecht uit? Ons vermoeden word bevestigd door Ron als hij ons staat op te wachten en ons meld dat we nog een dag de zee opkunnen om een écht allerlaatste poging te wagen. Yess, we maken nog een kansje. Het belooft een dag met twee gezichten te worden. 's Ochtends hebben we last van een flinke deining, waardoor het spotten van tonijn zeer lastig is maar niet onmogelijk. Vrijwel direct zien we activiteit en zien we overal tonijntjes. Helaas is het geen school, waardoor het aanwerpen van deze solitaire vissen een schieronmogelijke opdracht is. De ochtend verstrijkt op deze manier en soms lijkt het erop dat wij op spoken aan het jagen zijn. We beginnen aan ons eigen te twijfelen. Enigszins gespannen van de dag ervoor zien we misschien wel meer dan dat er daadwerkelijk aanwezig is. Als we na een paar uurtjes even relaxen bij het baken, en Mike een pilkertje laat zakken en zowaar een vis haakt zijn wij lichtelijk euforisch. Zijn Hardy stok staat echt hoepeltje krom en na een minuutje geeft een kleine amberjack zich gewonnen. Huh, zo'n klein vissie, en zoveel kracht??? Niet normaal man! Ook Robert vangt een kleine amberjack en vervolgens gooit ie er ook nog maar een (lekkere) dorade bovenop. Als we daardoor echt enthousiast beginnen te worden en de boot voor anker gooien vangen we vervolgens echter niets meer.

ROOFVISSEN-ONLINE
SpanjeIII