ROOFVISSEN

Dropshotten is ongetwijfeld een van dé revelaties op roofvisgebied van de afgelopen jaren. Roofvisspecialist Carl Greve had toen het dropshotten pas in ons land was gearriveerd maar weinig op met deze manier van vissen. Toch ging hij er na een jaartje of wat maar eens mee aan de slag. Daarbij richtte hij zich niet zoals gebruikelijk op baars en snoekbaars. Hij ging dropshotten op zeebaars!

Mijn visserij op de strekdammen van de Nieuwe Waterweg was de aanleiding om te gaan dropshotten op zeebaars. Deze zoute rover kun je zowel vóór de strekdam (aan de stroomopwaartse kant), in het verlengde van de strekdam en voorbij de strekdam (stroomafwaarts) vangen. Het stuk stroomopwaarts van de strekdam wordt echter veel te vaak overgeslagen bij het vissen met een normale shad. Dit vanwege het feit dat de stroming vóór de strekdam nu eenmaal veel minder sterk is. De stelregel is: hoe minder stroming er staat, hoe lichter je moet vissen. Een dropshot systeem zou in deze omstandigheden op papier een stuk natuurlijker zijn en beter moeten werken dan een shad die direct op een loodkop is gefixeerd. Niet lang nadat ik deze theoretische conclusie had getrokken, werd het tijd voor de eerste proefsessie.

 

VERBLUFFEND

De stille hoop was om bij de eerste poging één of twee zeebaarsjes aan de dropshot te vangen. Het uiteindelijke resultaat kun je daarom gerust verbluffend noemen: vijftien zeebaarzen – bijna allemaal bovenmaats – tijdens poging nummer één! Dat had ik nooit verwacht. Mijn theorie bleek dus wel eens te kunnen kloppen. Eigenlijk ook logisch, want een met een loodkop verzwaarde shad beweegt minder natuurlijk dan een shad die alleen vastzit aan een ‘kale’ en dus praktisch gewichtsloze haak. Zo’n bijna gewichtsloos dropshot-shadje – met daar enkele decimeters onder alleen een ‘shotloodje’ – kun je ook waar het minder hard stroomt tóch uitermate traag presenteren; met behoud van de actie van het shadje. Dit in tegenstelling tot een traag geviste normale shad die door het snelle zinken amper enige actie vertoont.

LEKKER LICHT
Dropshotten is een lekker lichte visserij. Sterker nog: tot op heden bestaan er niet eens ‘extra heavy’ dropshot hengels. Zelf gebruik ik de Shimano
Speedmaster Dropshot 270 MH, maar er zijn tal van andere merken en modellen verkrijgbaar die ook de eigenschappen strak, licht en uitermate gevoelig combineren. Als molen gebruik ik een Shimano Twinpower 2500
FC die is voorzien van 13/00 gevlochten hoofdlijn. We zijn per slot van rekening aan het zeebaarsvissen en aangezien je er gewoon een hele dikke
vis aan kunt krijgen, mag de hoofdlijn best wat stevig zijn. Tot slot gebruik ik een 1 tot 1,5 meter lange fluorocarbon onderlijn van 25/00 tot 35/00.

HAAK & LOODJE

In plaats van de bij het dropshotten vaak gebruikte speciale ‘standout hook’, gaat mijn voorkeur uit naar de Gamakatsu Worm 39 haak.

Deze monteer ik met de dropshotknoop (zie tekening

op pag. 21) aan de lijn. Vis je met een standout hook, dan kun je beter de Palomar knoop gebruiken. Ben je geen knopenkoning? Pak dan kant-en-klare dropshot onderlijntjes. Die werken ook prima. Minstens zo belangrijk als de haak, is het loodje. En dan géén gewoon wartelloodje, maar een speciaal dropshotloodje! Wartelloodjes zijn onhandig en totaal niet functioneel. Het is namelijk belangrijk dat je het loodje kunt verschuiven – omhoog, maar zeker ook omlaag – zodat je de hoogte waarop je aas boven de bodem hangt kunt variëren. Een onderlijn inkorten is geen probleem, maar hoe moet dat als je het shadje in plaats van vijftig centimeter boven

het loodje ineens een kleine meter ‘hoog’ wilt vissen? Mijn advies is daarom met een écht dropshotloodje te vissen. Afhankelijk van de stroming pak ik gewichten van 10 tot 28 gram.

OPZUIGPROBLEMEN

Regelmatig hoor ik mensen mopperen dat ze vissend met de dropshot-montage weliswaar aanbeten krijgen, maar de vissen vervolgens wel erg

vaak verspelen. Dat heeft meestal maar met één ding te maken: de verkeerde hengel. Er wordt dan met een strakke spinlat en gevlochten lijn

gevist en die bieden nagenoeg geen rek. Terwijl een beetje rek juist zo belangrijk is voor de zeebaars om de shad – die direct op de lijn gemonteerd zit – goed te kunnen pakken. Zonder enige rek staat de lijn te strak en is er voor de vis dus eigenlijk geen buffer die het mogelijk maakt het aasje ‘op te zuigen’. Gevolg: slechte inhaking en een verspeelde vis. Een spinhengel, hoe zacht ook, heeft niet de ongekend fijne topactie van een dropshothengel. Die extreem zachte top zorgt ervoor dat het aas beter kan worden ‘geïnhaleerd’ door de vis. Met als resultaat dat je de vis veel beter haakt. Serieus dropshotten vraagt dus om een speciale dropshothengel

TECHNIEK
De truc bij het dropshotten is om stroomopwaarts in te werpen, het loodje af te laten zinken en dit vervolgens langzaam over de bodem binnen te slepen. Je houdt je hengel daarbij schuin omhoog en laat de stroming een kleine boog in de lijn duwen. Daardoor wordt het shadje als het ware vóór het loodje uitgestuwd. Tijdens het langzaam binnenslepen van de montage geef je constant hele lichte tikjes met de hengeltop. Dit zorgt ervoor dat het shadje zenuwachtig heen en weer beweegt, zoals een normaal aasvisje dat in de stroming ook zou doen. De zeebaars – die net als alle roofvis altijd met de kop in de stroming ligt – ziet het aasje langzaam maar zeker
aankomen en soms weer even een beweging van hem af maken. Deze ongekend natuurgetrouwe actie triggert de zeebaars om het aas te pakken. Hij zwemt naar voren, pakt het aas (tikje op de top) en schiet vervolgens met de stroming mee (slappe lijn). Op het moment dat de spanning van je lijn valt, sla je direct aan. Ben je hier te laat mee, dan bestaat de kans dat de zeebaars het aasje alweer heeft uitgespuugd.
ROOFVISSEN-ONLINE
Dropshotten op zeebaars1