ROOFVISSEN

Rubber laat de hengel buigen. En dat is zeker waar. Zeebaarsvissen is het afgelopen decennium een ongekend populaire visserij gebleken. Veel hengelaars trekken er vanaf april tot en met oktober met regelmaat op uit om ook eens zo’n  zoutwater stekel te vangen. Toch is wel gebleken dat het voor veel van die hengelaars niet altijd even gemakkelijk is om deze fraaie rover te vangen. Ergens is dat logisch. De beginmaanden en de eindmaanden zijn over het algemeen niet de makkelijkste maanden om de zeebaars te belagen. Ze zitten er op dat moment nog niet in grote getale. Het zijn er op dat moment niet veel maar de kans op grotere zeebaars is dan behoorlijk wat hoger. In de zomerperiode word het wat makkelijker om een visje te vangen, al zijn ze meestal wat kleiner. Een ding is zeker, de huidige zeebaarsvisser moet volhardend zijn. Als je dat niet bent, dan ga je ten onder. Er zijn uiteraard een aantal opties waardoor je de kans op het vangen van zeebaars kan verhogen. Een ervan is het gebruik van rubber. Rubber in de vorm van shads in dit geval.

Zeebaars is een vis die veel van zijn tijd op de bodem doorbrengt.  Meestal ligt hij achter een obstakel te wachten totdat er wat lekkers met de stroom meegevoerd word. Rede genoeg dus om een shad, voorzien van een loodkop naar de bodem te laten zakken. Een twister doet het ook goed hoor, maar met een shad kan je naar mijn idee veel meer variëren. Het geheim zit ‘m vooral in de trilling, dus de actie! Twee dingen die inherent aan elkaar verbonden zijn. Vissen, dus ook zeebaars, nemen trillingen waar. Iets wat deze vis helemaal gek mee kan maken, mits je op de goede manier presenteert.  En daar is dus mijn volgende punt, namelijk presentatie. Een zeebaarsvisser moet risico’s nemen. Het dicht bij de bodem aanbieden is een vereiste voor het vissen met zacht kunstaas. Iets waar een hoop hengelaars de fout mee ingaan is  het niet kwijt willen raken van je kunstaas. Dat is begrijpelijk, maar helaas onvermijdelijk. Durf wat kunstaasjes te verspelen, en geloof me, je bent overduidelijk een stuk dichter bij het vangen van zeebaars. Op naar het volgende…

Hengels: Zeebaarsvissen met softbaits kan je met veel verschillende hengels doen. De lengte varieert  van 3 meter tot 3.60 meter, de gewichtsklasse in heavy (20-50 gram) of extra heavy (50-100 gram). Wat betreft het vissen met de shad gaat mijn voorkeur uit naar een hengel met de volgende eigenschappen. De hengel moet licht zijn, strak, maar zeker ook een topactie hebben. Licht vanwege het feit dat je vaak een langere periode met deze hengel in de hand staat. Hoe lichter de hengel, des te beter dus. Een strakke hengel omdat je zo eigenlijk iedere beet die je krijgt registreert en last but not least een hengel met topactie. Ik vis vaak met lichte loodkoppen van 14 en 17 gram. Een TE zware hengel zal ervoor zorgen dat de topactie verdwijnt en zodoende werp je beduidend mindere afstanden dan een hengel met topactie. Ik vis zelf met een shimano aspire 330H. Deze hengel heeft een werpgewicht van 20-50 gram, en dat volstaat. Ook de door Wout van Leeuwen ontwikkelde Basstrack II mag er zijn. Deze hengel is wel wat zwaarder dan de shimano, maar het prijsverschil mag er ook zijn, het scheelt ongeveer de helft.  Deze hengels zijn beide 3.30 meter lang.

 

Molens: Zeebaarsvissen vergt veel van het materiaal. Wat betreft molens is het aan te raden, op zoek te gaan naar een exemplaar wat nog enigszins zoutwaterbestendig is. Dat is moeilijk, maar er zijn een aantal molens die de klus kunnen klaren. Belangrijk is dat je een molen hebt die niet te klein is. Deze molens krijgen op hun donder. Een te kleine molen, bijvoorbeeld een 2500 modelletje shimano is dus absoluut af te raden. Daar tegenover staat dat shimano in de 5000 en 6000 series goede molens heeft voor deze specifieke visserij.  (Technium, stradic, twinpower en uiteraard stella.) Ook Daiwa heeft een aantal goede exemplaren. (Exceller,  caldia, certate en saltiga). Wat belangrijk is bij het gebruik van deze molens is dat je ten allen tijde blijft werken met de slip. Een TE dicht gedraaide slip is  funest voor de molen. Vooral het los tikken bij het vastzitten zorgt voor een behoorlijke druk op de as, waardoor er snel speling ontstaat op deze as en mede daardoor sneller met horten en stoten gaat draaien. Als de slip open staat, verlaag je de druk op de as en zodoende verklein je problemen met je materiaal. Oh, zeer belangrijk is dat je een molen hebt die bestend is tegen gevlochten lijnen. Molens met een zogenaamde kruislingse opwikkeling. Deze molens leggen een gevlochten lijn als een soort kruizen op de spoel, waardoor deze niet in de spoel getrokken kan worden en bovendien wat makkelijker afwerpen.  

Lijntjes, voorslagen en knopen: Belangrijk in deze visserij is dat je het kunstaas goed presenteert. Een shad die, mede door een te dikke lijn te snel over de stek vliegt, levert vaak geen vis op. Vandaar dat ik met dunne gevlochten lijnen werk. 12/100, mijn persoonlijke keuze,  is aan de lichte kant voor de standaard zeebaarsvisserij. Een normale dikte voor het vissen op zeebaars is 14/100 of 16/100. En natuurlijk heb ik ook hier mijn voorkeuren. Ik kies vaak voor lijnen die duurzaam zijn en haast geen slijtage vertonen. Dat zijn er een aantal, bijvoorbeeld: Stren sonic braid, Gamakatsu powerbraid en de nieuwe Berkley fireline braid. Stuk voor stuk lijnen van kwaliteit. Okee, ze kosten wel wat meer als de standaard gevlochten lijnen maar ze zijn hun geld dubbel en dwars waard. Ook wat betreft voorslagen heb ik zo mijn ideeën.  Ik gebruik een voorslag lijn om verschillende redenen. Een nylon is slijtage bestendiger als een gevlochten lijn, en het zorgt altijd voor een breekpunt tussen hoofdlijn en onderlijn. Een gevlochten lijn is overal even sterk waardoor deze, op het moment dat je vast komt te zitten, ook op de molen zou kunnen breken. Kostbaar en onnodig. Buiten dat, dertig meter lijn wat over je favoriete stek wappert, zorgt ervoor dat je deze plek misschien wel een aantal weken moet mijden, omdat er niet meer te vissen is. Altijd voorslag gebruiken dus.  Waar normaal veel met 60/100 tot 70/100 word gewerkt, gebruik ik 45/100 tot 55/100 nylon of fluorcarbon voorslagen. De rede waarom over het algemeen dikke lijnen gebruikt worden is slijtagebestendigheid. Uiteraard snijd een 70/100 moeilijker door dan een 50/100, maar ik ben van overtuiging, dat als een lijn op spanning is en een scherpe steen raakt, de dikte niet meer bepalend is. In beide gevallen zal de lijn het niet houden. Rede voor mij dus om dunner te gaan vissen, daardoor het kunstaas beter aan te bieden om zodoende meer vis te vangen. Natuurlijk moeten de hoofdlijn en onderlijn nog aan elkander geknoopt worden. Ik gebruik daarvoor altijd dezelfde knoop. De allbrightknoop is een knoop die klein is, dun is, voldoende kracht bezit en vrij snel aan te knopen is. Mijn kunstaas knoop ik altijd aan met de Rapala knoop. Een knoop die er voor zorgt dat het kunstaas in een lusje hangt. Groot voordeel van dit knoopje is dat je beduidend grotere afstanden werpt, doordat de loodkop vrij kan bewegen in het knoopje en zodoende wat meer kan “zoeken” naar de beste werp lijn. Een knoop waarbij de lijn gefixeerd zit op het oogje van de loodkop zorgt ervoor dat het kunstaas sneller gaat draaien in de lucht waardoor de gewenste afstand niet word behaald.   

ROOFVISSEN-ONLINE
Zeebaarzen met..