ROOFVISSEN

De stekken: Het allerbelangrijkste in het vangen van zeebaars is de stekkeuze. Je kan natuurlijk overal gaan staan, maar zeebaars heeft zo zijn voorkeuren. Het liefst heeft hij een plek waar hij relatief veilig is, waar hij kan schuilen tegen harde stroming en waar genoeg prooivis zit of langskomt. De grote wandelpieren langs de Nederlandse kust zijn dus nagenoeg allemaal interessant. Ook strekdammen of kribben evenals steenstorten en steile taluds zijn ware hotspots. Welnu, pieren en strekdammen weten we allemaal te vinden, geen probleem.  Hoe vind je nou die andere twee? Iets wat op de bodem ligt, geeft altijd een verandering van de stroming. Is het obstakel groot genoeg, dan begint het water, doordat het niet meer vooruit kan maar alleen maar naar boven, in de oppervlakte op te wellen.  Een duidelijk teken dus! Heb je zo’n plek gevonden, dan kan je er bijna zeker van zijn dat hier zeebaars huist. Zo, de stekken hebben we nu gevonden maar ehhhh….

Welke shads? Er zijn een aantal shads die bij mij de voorkeur hebben. De 4 inch  turboshads van bass assassin, 3¼” saltshaker shads van lunker city, woutjes van Wout van Leeuwen en de 4” big hammer shads. Voor mij stuk voor stuk shads die zich bewezen hebben door het vangen van behoorlijke aantallen vis. De eerst twee genoemden gebruik ik vooral op het moment dat de stroming matig tot hard is, in de Europoort dus met laag of afgaand water. De staartjes van beide shads gaan als een razende tekeer, erg goed dus in hard stromend en troebel water. Daarbij komt ook nog eens dat het formaat van deze shads niet erg groot is en daardoor dus weinig weerstand hebben in de harde stroming. Groot voordeel daarvan is dat je met relatief lichte loodkoppen ( 10 en 14 gram) kan vissen. Ik geloof in een zo natuurlijk mogelijke presentatie, dus hoe lichter de loodkop deste beter. Onthoud wel dat je ten allen tijde de bodem moet raken. Te hoog vissen betekent vaak dat je geen vis zal vangen. Maar nu weer terug naar de shads. De hammershad en de woutjes gebruik ik het liefst met opkomend water, het laatste stukje naar hoogwater zullen we maar zeggen. De actie in deze shads is bij nagenoeg stilstaand water al zo heftig en geluid dragend dat menig zeebaars de verleiding niet kan weerstaan. Over het algemeen moet je wel wat zwaardere koppen gebruiken. De afstand naar de bodem is groter, de staart van de shad is grover, maar een loodkopje van 18 gram moet genoeg zijn. Maar nu hetvolgende…

Kleurtjes? Ja, ook daar moet nog rekening mee worden gehouden. Nu, in tegenstelling tot een paar jaar geleden,  geloof ik wat minder in kleur en meer in actie. Toch kan kleur wel degelijk een verschil uitmaken, sterker nog, een kleurtint kan al het verschil zijn. Ik snap ook wel dat je niet ineens een waar gamma aan kleurtjes en soorten in huis kan halen. Beetje kostbaar zullen we maar zeggen. Toch kan je wel inspelen op de kleurkeuze. Ga je vooral overdag vissen, dan zijn de heldere kleuren, zoals salt&pepper, wit en parelmoer over het algemeen goed werkende kleuren. Als je in de late avond wilt vissen, dan gaat mijn voorkeur maar uit naar rood, roze en paarstinten, en ga je echt in het donker vissen, dan gaat bij mij de voorkeur uit naar donkere kleuren zoals zwart, donkerblauw en donkergrijs. Ik zeg hier wel altijd bij dat het een soort ongeschreven regeltje is. Ik moet in dit geval wel uitgaan van mijn persoonlijke ervaringen. Voor mij heeft het tot nu toe goed gewerkt.

 

Loodkoppen! Goed, nu we shadsoorten en kleuren besproken hebben, moet het kunstaas nog vergezeld worden van een passende loodkop. Er zijn een aantal kop-vormen die ik altijd bij heb. De ronde kop, de teardrop kop en de bullit loodkop. Eigenlijk bepaald de keuze van het kunstaas de keuze van de loodkop. Op een bass assassin of een saltshaker shad gebruik ik eigenlijk bijna altijd een ronde loodkop of een bullit loodkop. Op twisters vind ik een teardrop goed “staan”. Bij de keuze van een loodkop probeer ik te kijken naar de stroomlijn van het geheel. De shad en de loodkop moeten als het ware één geheel zijn, een bepaalde stroomlijn hebben. De stroomlijn van de combinatie kan veel verschil uitmaken, zowel boven het water als in het water. Een twister met een teardrop loodkop heeft uitstekende werpeigenschappen op het moment dat je bijvoorbeeld met veel wind te maken hebt. Een bullitkop met een bass assassin shad is door de stroomlijn sneller op de bodem dan een ronde loodkop. Er zijn momenten dat juist dat soort kleine dingetjes het verschil kunnen uitmaken, maar dat is niet vaak hoor! Wat betreft gewichten kan ik eigenlijk vrij kort zijn. Het mooiste is om de bovengenoemde loodkoppen in gewichten van 7 gram tot 28 gram bij je te hebben om alle omstandigheden aan te kunnen. Als ik ga kijken wat ik zeer vaak gebruik, zijn het toch wel de gewichten van 10, 14 en 18 gram. Nu dit alles genoemd is gaan we eens kijken hoe we, op het moment dat we aan de waterkant staan, gebruik gaan maken van ons materiaal.

Techniek. Vissen met shad betekent vissen op de bodem. Ik persoonlijk vis graag op strekdammen. Het belangrijkste is dat je op het goede moment de bodem weet te raken.  Omdat we rond obstakels vissen is het belangrijk dat het kunstaas op het goede moment de bodem raakt. Het liefst iets voor het obstakel. Dat betekent  dus dat je stroomopwaarts moet werpen. Bij lichte stroming bereik je over het algemeen met een twee tot drie meter stroomopwaarts je doel. Logischerwijs moet je bij harder stroming verder stroomopwaarts werpen. Daarbij komt ook nog eens kijken dat de hoofdlijn niet als eerste het obstakel mag bereiken. De loodkop moet altijd eerder zijn dan de hoofdlijn. Uiteindelijk heb je dus een limiet met het stroomopwaarts werpen. Komt de lijn dan als eerste bij het obstakel, dan is het aan te raden om naar een zwaardere loodkop te gaan, en weer van voren af aan te beginnen. Okee, we gaan nu uit van een goede worp. Op het moment dat de loodkop het water raakt begin ik met het tellen van secondes,  totdat de loodkop de bodem raakt. Dat tellen doe ik zodat ik, op het moment dat het donker word, ongeveer kan bepalen wanneer ik de bodem ga raken. Het verschil van een paar seconden kan veel uitmaken, bijvoorbeeld meer vastzitten of te hoog vissen. Verder nu. Vervolgens ga ik licht tikkend het kunstaas vlak boven de bodem binnendraaien. Raak ik het obstakel, dan versnel ik het binnendraaien. Als ik twijfel of ik te ver van de bodem verwijderd zit, stop ik met draaien en wacht ik weer op dat zachte tikje dat aangeeft dat ik de bodem weer bereikt heb. Op het moment dat ik het obstakel voorbij ben, vervolg ik nog een paar meter en ga ik daarna binnendraaien voor de volgende worp. De volgende worpen pluis ik de obstakels helemaal uit. Een aantal worpen achter het obstakel, een aantal ervoor, een aantal links en rechts en als het kan bovenop. Vang ik op dat moment niets, dan vervang ik het ene kunstaas voor het andere, en herhaal ik alles nog een keer. Vang ik dan geen vis, dan verkas ik naar het volgende obstakel. Zo kan ik snel en functioneel een aantal goede stekken afvissen. Voordeel hiervan is dat ik bijna altijd vis vang! Soms maar één en soms veel meer.  

ROOFVISSEN-ONLINE
Zeebaarzen met...