ROOFVISSEN

Na een minuut of tien ligt de vis verslagen naast de boot. Soooooo, die is groooooot! Het meetlint komt erbij en blijft hangen bij negenenzestig hele centimeters. Oehhh, net geen zeventiger!

Wat een big zeg. Het scheelt maar 8 centimeter met de vorige vis, maar het zijn wel acht centimeters hele vis zullen we maar zeggen. Na wat opnames is het tijd om de vis weer terug te zetten in zijn element. Het duurt even voordat ie weer goed bijkomt, maar als ie dan eenmaal is bijgekomen zwaait ie mij gedag met zijn staartvin. Mijn gezicht is drijfnat. Geeft niets, niemand kan mij deze vis ooit nog afnemen. Wat een topper!

Het aankomende half uur vis ik in een roes verder. Ik heb een soort berusting. Ik weet eigenlijk zo goed als zeker dat ik niet nog een grotere vis zal gaan vangen. We vangen nog steeds vis hoor, de ene keer vangt Michel een vis, de keer daarop is Ewout aan de beurt. Elke keer weer gaan we als een team te werk. Machtig gewoon! Ik moet wel zeggen dat Michel de onbetwiste bijnaam “Mister Fifty” kreeg. Bijna iedere vis die hij ving zat toch wel in de vijftig centimeter. Op de laatste visdag kreeg ik de natuurlijk de naam “Mister Sixty”, en Ewout die de grootste vis van de trip achter zijn plug aan zag komen werd genoemd “Mister almost Seventy.”

Uiteindelijk komt het besef dat we bijna klaar zijn met deze trip. Wat hebben we een mazzel gehad in welke vorm dan ook. Soms met het weer, soms met de grootte van de vis en ook de aantallen. Uiteindelijk vingen we in deze korte trip negenentwintig zee forellen. Daarnaast hebben we zeker zoveel vissen achter achter onze kunst aasjes aan zien komen, die dan helaas niet mee wilden werken met het verhogen van de aantallen gevangen vis.

De dag van vertrek is aangebroken. Tevreden pakken we onze spullen bij elkaar en we beginnen de boot weer vol te laden. Wat hebben we een paar gave dagen achter de rug gehad zeg. Tijdens het inpakken besluiten we nog even een groepsfoto te maken bij het bootje wat ons zoveel vis gebracht heeft.

Voorbereiden is voor het vangen van zeeforel een must! Al gauw kom ik erachter dat september niet de beste tijd is voor het vangen van deze vis. Overal om mij heen hoor ik dat het voorjaar veel beter is en dat het een lastige klus zal worden om sowiezo een zeeforel te vangen. Niet echt een lekkere binnenkomer dus. Maar na het lezen de speciaal gemaakte boekjes: "117 Fine Funen Fishing Spots" en “The new seatrout guide”  krijg ik de indruk dat er wel degelijk mogelijkheden zijn. De deense adviezen zijn goed en duidelijk, ook wat betreft het kunstaas. Er word aangeraden klein kunstaas mee te nemen tussen de 8 en de 10 centimeter. De Abu Toby is natuurlijk altijd een topper dus die gaat zeker mee, vergezeld met een aantal Pako T lepels, oerhollands fabrikaat,  in de gewichten van 7 tot en met 28 gram. Ook diverse pluggen gaan mee. Rapala Long Cast Minnow in 8 en 10 centimeter, X-Rap in 8 en 10 centimeter en Husky Jerk in 8 centimeter zijn de belangrijksten. Verder heb ik nog wat oostvoornse meer materialen uit de kast gehaald als het gaat om de kleinere pluggen en vliegen die ik eventueel met de bombeta (werpdobber) op afstand kan krijgen. Dit is een zeer veel gebruikte en misschien wel de meest gebruikte manier door de locale Deense hengelaars. Wat betreft de kleur gaat de voorkeur uit naar natuurlijke tinten. Groen, blauw, baars, wit, zilver en forel uiteraard. Ook de bedekte, wat donkerdere kleuren worden aangeraden. Zorg dat je een felle kleur altijd bij je hebt. Dat heb ik dus allemaal! Beter mee verlegen als om verlegen denk ik dan maar.....

 

Materialen

In dit kraakheldere water, bedekt met mosbegroeide keien was het de bedoeling om  voornamelijk te vissen vanuit de boot. Dit wisselden we dan af met vissen vanaf de kant in de ochtend en in de avond omdat deze tijdstippen zich goed hiervoor lenen. Maar de hoofdmoot betroft werpend vissen uit de boot naar de kant toe. De Smokercraft Stinger had genoeg lengte om met zijn drieen te vissen en de 50PK Honda hadv oldoende power om de soms ruige zee te controleren en genoeg souplesse om perfect evenwijdig aan de kant te blijven varen. Week je iets van de lijn af, lag je met kleine correcties zo weer goed.  Ideale combinatie dus!

 

Hengels ,Molens & de Rest.

Persoonlijk gebruikte ik een Shimano Diaflash 240M (10-30 Gram). De metgezellen gebruikten beide een Berkley Series One 240 Spinning (5-20 Gram). Voor de zwaardere visserij gebruikte ik een Shimano Antares 270MH. De keuze voor de molens was unaniem, namelijk Shimano Stradic 2500FB, en voor de zwaardere hengel een Stradic 4000. Persoonlijk viste ik met een gevlochten lijn van 10/100 maar iets zwaarder mocht ook wel. Spiderwire is bijvoorbeeld een goede gevlochten lijn. Dit in combinatie met een fluorcarbon voorslag van ongeveer 1 meter met een dikte van 22/100 tot 28/100,en het kan niet misgaan. De fluorcarbon is wel belangrijk omdat in dit kraakheldere water echt alles zichtbaar is. Kleine verschilletjes kunnen veel uitmaken.

 

Wanneer?

Vanuit de keren dat ik bij het oostvoornse meer heb gevist, was het altijd zo dat de forellen vaak in de schemering goed aasden. Het deense boekje verklaart niets anders voor deze tijd van het jaar. Avond, nacht en ochtend zijn zeer goed, en overdags maak je kans op een visje. De vissen komen in het donker dicht onder de kant om op kleine vis en garnaaltjes te azen en zijn zodoende dus makkelijker van de kant af te vangen. Helaas hadden de boekjes het in dit geval mis. Van de vissen die wij vingen, hadden wij er slechts 2 of 3 in deze uurtjes en de rest op klaarlichte dag en in de volle zon, vanuit de boot.

ROOFVISSEN-ONLINE